Op en om de Universiteit Twente is een discussie gaande
over de vraag of de universiteit het begrip `technisch' in de naam moet
voeren. Deze discussie is weinig vruchtbaar - de meeste deelnemers hebben
niet het gevoel dat er progressie in de discussie zit en er volgt ook
geen heldere conclusie uit de discussie. Dit is een symptoom van een onderliggend
probleem, namelijk dat de Universiteit Twente niet weet waar zij voor
staat en dat de buitenwereld niet goed weet waar de Universiteit Twente
voor staat. Dat is wel het geval met die andere kleine instelling, de
Wageningen Universiteit. Die staat voor onderzoek en onderwijs op het
gebied van voeding, gezondheid, natuur en leefomgeving.
Als niemand weet wat de ziel van een organisatie is, kan er heel lang
vruchteloos over de naam en inhoud van deze organisatie worden gediscussieerd.
En dit is precies wat er nu op de UT gebeurt. Om de ziel van de organisatie
vorm te geven is het goed om realistisch de positie van de Universiteit
Twente in haar omgeving te plaatsen. De UT ligt in een regio waar 3,7
% van Nederland woont, waar de bevolkingsgroei achterblijft ten opzichte
van het gemiddelde van Nederland, waar het aantal hoger opgeleiden in
absolute zin bijna 5% (!) lager is dan in Nederland, waar de werkloosheid
iets hoger en de participatiegraad iets lager is en waar de arbeidsproductiviteit
per werknemer bijna 20% lager is dan het gemiddelde van Nederland! Volgens
de Twente Index zou dit laatste onder meer verklaard kunnen worden door
achterblijvende investeringen en gebrek aan innovatie.
Hier staat tegenover dat er in Twente veel minder files zijn, dat er ruim
en goedkoop gewoond kan worden en dat het er significant veiliger is.
Het is relevant of je in een regio opereert waar 20% minder wordt geproduceerd
per medewerker, of, zoals in Eindhoven, waar belangrijke global market
players zitten (bijvoorbeeld Océ, ASML, Philips, FEI) met individuele
beurswaardes variërend van rond 1 miljard dollar tot 30 miljard euro
met verreweg het grootste deel van de Nederlandse engineers om je heen.
Het is verstandig om dit mee te wegen in de strategische opties van de
universiteit.
Wat moet de Universiteit Twente doen?
De UT moet zich profileren op basis van haar kerncompetenties in een maatschappelijk
relevante en aansprekende activiteit. Zij moet ervoor kiezen om zich op
een bepaalde manier te manifesteren. Ze moet in de toekomst al haar energie
richten op het acquireren van de beste onderzoekers, onderzoeksgelden
en de beste onderwijzers op dit gebied.
Ik noem bij deze twee voorbeelden om te duiden wat ik bedoel.
Ten eerste het ontwikkelen van medische technologie, zowel -bijvoorbeeld-
het lokaal doseren van medicatie op basis van intelligente nanotechnologie
als minimale invasieve technieken met behulp van microsensoren en robotica.
Ten tweede het vraagstuk van water in al haar aspecten: van technologie
voor ontzilten en waterzuivering, tot waterbeheer ten gevolge van global
warming, etc. Ook dit vraagt om nanotechnologie, microsensoren en proces-
installaties.
Andere maatschappelijk belangwekkende zaken zijn het vergroenen en democratiseren
van energiebronnen (ieder zijn eigen kleine, groene energiebron) alsmede
inzicht en technologie om de consequenties van de klimaatverandering te
managen en eventueel te beheersen. Als de universiteit een dergelijke
keuze maakt en één van deze uitdagingen aangaat zal het
voor iedereen helder zijn wat er moet gebeuren. En dan weet je ook opeens
wat je naam is.
Dr. J. Elders
De auteur van dit artikel is alumnus van de UT (technische natuurkunde),
oud-medewerker van de universiteit, directeur en medeoprichter van het
bedrijf C2V, lid van de MKB stuurgroep van Point-One en lid van de Industriële
Adviesraad van NanoNed. Hij is tevens oud-oprichter en/of directielid
van TMP, Dosimetrix en Kymata Netherlands en heeft als directeur van het
beursgenoteerde Alcatel Optronics NL fusie- en veranderingsprocessen doorgevoerd.
|
|